Hoe anders was het ooit. Toen werd je als onwijze jongere uiteraard ladderzat op de bruiloft van een neef. Je werd daarna pedagogisch verantwoord in de auto geduwd, heilzaam in de schuur of badkamer opgeborgen en de volgende morgen gewoon naar school getrapt. ‘Want ‘s avonds flink is ’s morgens ook flink.’
Soms zag je vader dat je stiekem zoop op een feestje. ‘Jij drinkt de hele avond alleen maar Flugel’, zei een kennis tegen zijn dochter. Ze werd uiteraard behoorlijk ziek, maar behoort tien jaar later niet tot het leger alcoholisten of wekt de indruk afgestorven hersencellen te hebben. Ze heeft het zelfs over een leerzame les.
Sinds het kind een managementproject is geworden, is die manier van benadering ondenkbaar. Van alles maakt de moderne maatschappij een SWOT-analyse, waarna de maatschappij gesteund door goedbetaalde clubjes obstakels vakkundig uit de weg ruimt. Dat heeft de maatschappij als hoog opgeleide kenniseconomie geleerd. De vaardigheid te leren van empirische ervaringen en een verbijsterde directe omgeving, is kinderen door de standaard gang naar het ziekenhuis afgenomen. De verkrijgbaarheid van drank heeft het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de jongere en zijn omgeving verdrongen van de eerste plaats. Het is een verlies.
